Stoelriemen vast!

Hij is van 19 januari 1995. Geboren in België, Nederlandse nationaliteit. Franse moeder, Nederlandse vader. Van beroep allrounder op een fiets. Asfalt, zand, modder, kasseien. Heuvels, vals plat, vlak, afdalen. Won recent de Gold Race, Vlaanderen en Strade Bianche. Werd wereldkampioen op de weg (in 2013 als Junior) en 4 keer in het veld.

Dit jaar slechts één opgave achter zijn naam, maar wel een opgave in stijl. In de leiderstrui, na het winnen van de eerste etappe in de Ronde van de VAE. Omdat een staflid positief testte op het corona virus besloot zijn ploeg Alpecin-Fenix vroegtijdig de wedstrijd te verlaten. En tenslotte is hij er samen met collega’s Van Aert (Jumbo-Visma) en Alaphilippe (Deceuninck-Quick Step) verantwoordelijk voor dat wielrennen anno 2021 ‘puntje van je stoel werk’ geworden is. Mathieu van der Poel.

De Tour de France tussen 2012 en 2019 bestaat voor een groot gedeelte uit rekenen, rekenen, rekenen. Sky, inmiddels Ineos wint de grootste wedstrijd van het jaar in deze periode alleen in 2014 niet. In de andere jaren zijn Wiggins, Froome, Thomas en Bernal niet te kloppen. Vanuit de volgauto wordt nauwkeurig doorgegeven wat de voorsprong van de koplopers is, hoeveel watt de eigen renners aankunnen en hoe hard er gereden moet worden om alles net voor de finishlijn weer op orde te hebben. Resultaat: Saaie koersen, minimale verschillen, wachten, speldenprikjes, nog eens wachten en hopen op een slechte dag van een ander, om zelfs dan vooral jezelf niet op te blazen en de risico’s te beperken. Uitzonderingen daargelaten.

Hoe anders het in de laatste twee jaar is, bewijzen de helden van nu. In de Amstel van 2019 begon het vuurwerk ook mooi op tijd. Niet wachten op de laatste klim, maar gewoon op 40 kilometer van het einde op de Gulperberg eens kijken hoe de rest ervoor staat. Misschien ongeduldig, misschien smijten met krachten, maar geweldig om te zien. Het is puur, het is op intuïtie. Nadat het peloton hem terug greep was de bom gebarsten. Alles op z’n kop. Van der Poel moest even bijkomen in de groep van zijn inspanning. Collega Alaphilippe was de volgende die aanviel. Op 7 km van de meet had hij een kleine minuut op de Nederlands Kampioen. Een marge die van der Poel terugbracht naar 10 seconden. Op 800 meter van de meet kreeg hij hem in het vizier, klapte er in een lange sprint nog overheen en won zo Nederlands enige klassieker in 2019.

‘1004 Watt op de Via San Caterina na een slordige 178 kilometer koers, wat een held!’

Ludo zit anno 2021 op het puntje van zijn stoel tijdens de wielerkoersen

In 2020 schreef hij de 104e editie van de Ronde van Vlaanderen op zijn naam, waarin hij Wout van Aert klopte in een sprint met twee. Een door corona geteisterde koers ‘zonder publiek’ In 2021 de Strade Bianche. De koers met onverharde stukken, op en af, waar hij in de slotklim 1004 watt over 20 seconden weg duwde, om vervolgens alleen aan te komen in Siena op de Via San Caterina. Ik herhaal, 1004 Watt na een slordige 178 kilometer koers in de benen. Wat een held.

Afgelopen zaterdag was de eerste echte grote klassieker van het jaar. In Italië stond Milaan – San Remo op het programma. Ik houd van bijnamen. En deze koers heeft er een aantal. ‘La Primavera’, oftewel de Lente en ‘het Monument’. Van der Poel en La Primavera zijn echter nog geen verliefd stel. Milaan – San Remo is met 294 kilometer namelijk niet alleen de langste eendagskoers, het is de eerste 260 kilometer namelijk ook gewoon vlak, er staat een windje in de rug en het is saai. Het is dus wachten, wachten en wachten op de laatste 30 kilometer. Maar in die laatste fase van de koers zitten dan wel weer de Cipressa en de Poggio verwerkt, twee venijnige klimmetjes waar de koers ontploft. De Poggio ligt op 6 kilometer van de finish. En waarom zijn van der Poel en deze koers nog geen vrienden? Juist, omdat hier geduld wordt gevraagd. Een hele dag geduld.

Wielerjournalist Thijs Zonneveld schreef er afgelopen zaterdag een geweldige column over in het AD. Ik pik een klein stukje van zijn woorden, omdat ik deze jullie niet wil onthouden.

De teambespreking in de bus van Alpecin-Fenix voor het vertrek ging als volgt: Taak voor Mathieu: wachten tot de Poggio. Taak voor de rest van de ploeg: zorgen dat Mathieu zich niet zo stierlijk verveelt dat hij aanvalt vóór de Poggio.

En vervolgens was dit de communicatie tijdens de koers door de oortjes tussen renners van Alpecin en de ploegleiderswagen:

Km 0 Grapje maken: Mathieu, de koers is los. Aanvallen maar.
Km 1 Snel zeggen dat het een grapje was.
Km 2 Voor de zekerheid nog een keer zeggen dat het een grapje was.
Km 70 Samen liedjes zingen (we zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet he-le-maal).
Km 85 Kofferbak ploegleiderswagen open, Risk-bord uitklappen. Opdracht: verover Noord-Amerika, Europa en een derde continent naar keuze.
Km 110 Het Rabobank-spel: zoveel mogelijk renners noemen die ooit bij Rabobank reden.
Km 115 Nee, Oscar Freire was al genoemd.
Km 116 Theo Eltink – oeh, goeie!
Km 190 Mathieu laten bellen met zijn vriendin.
Km 205 Vertellen dat Wout van Aert zich ook verveelt.
Km 247 Capo Mele. Met overslaande stem in de communicatie schreeuwen dat dit nog NIET de Poggio is.

Km 252 Capo Cervo. OOK NIET DE POGGIO!
Km 260 Capo Berta. NEE, NOG STEEDS NIET MATHIEU!
Km 270 Met de hele ploeg aan het shirt van Mathieu hangen, zodat hij niet aanvalt op de Cipressa.
Km 280 Smeken dat hij nog heel even wacht.
Km 285 Bidden dat hij nog heel, heel even wacht.
Km 290 Poggio. Stoelriemen vast.

Met de voorjaarsklassiekers Vlaanderen, Amstel Gold Race en Parijs-Roubaix in het vooruitzicht kan ik jullie alleen maar adviseren wat eerder in te schakelen dan rond 16.00 uur. Vuurwerk gegarandeerd.

Hoe snel zijn we straks weer gewend aan het ‘normaal’?

0172SPORT column Rick Sinnige, Sinnige teksten

De winnaars van morgen